|
|
|
WIE DOET AAN PREVENTIE?
Iedereen heeft zijn rol in het preventiebeleid:
WIE DOET WAT?
De werkgever staat aan het hoofd van het preventiebeleid in zijn bedrijf, hij is de eindverantwoordelijke. Om veiligheid, gezondheid en welzijn in zijn bedrijf te waarborgen, moet hij verschillende taken uitvoeren:
De werkgever moet preventie structureel aanpakken. Hij stelt hiervoor een dynamisch risicobeheersingssysteem op dat hij samen met de hiërarchische lijn, de werknemers en de interne dienst voor preventie en bescherming uitwerkt. Dat gebeurt in drie fases: De werkgever brengt de risico's in kaart die de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers in gevaar kunnen brengen aan de hand van een risicoanalyse. Op basis van deze risicoanalyse werkt hij preventiemaatregelen uit. Bv. Als er veel lawaai is op de werkplaats, kan de werkgever het verschaffen van gehoorbescherming (oorkappen, oordopjes, ...) als preventiemaatregel treffen. De werkgever legt het dynamisch risicobeheersingssysteem vast in twee plannen: het globaal preventieplan (voor een periode van telkens 5 jaar); het jaarlijks actieplan: dit plan is gebaseerd op het globaal preventieplan en bepaalt de kortetermijn doelstellingen. De werkgever moet opleidingen aanbieden aan de leidinggevenden en de werknemers om ze op de hoogte te brengen en te houden van alle nodige informatie over de risico's en bijhorende preventiemaatregelen die te maken hebben met de uitvoering van hun taken in het bedrijf. Daarnaast is hij verplicht een intern noodplan (ingeval van bv. brand, explosie...) op te stellen. Indien de werkgever de vereiste deskundigheid niet of onvoldoende in huis heeft, moet hij een beroep doen op een externe dienst. Zo'n dienst bestaat uit deskundigen in arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, ergonomie, bedrijfshygiëne, psychosociale aspecten van het werk, pesten,... De werkgever moet zijn werknemers raadplegen over de maatregelen in het kader van zijn preventiebeleid.
De hiërarchische lijn moet zorgen voor de dagelijkse uitvoering van het preventiebeleid. Hun taken:
Elke onderneming met ten minste 50 werknemers moet over een CPBW beschikken. Dit comité is samengesteld uit werknemers- en werkgeversafgevaardigden. Het comité doet voorstellen en formuleert adviezen rond veiligheid en gezondheid op het werk. De werkgever is verplicht het comité advies te vragen over het welzijnsbeleid (bv. het dynamisch risicobeheersingssysteem, het globaal preventieplan, het jaarlijks actieplan, de aankoop van beschermingsmiddelen, werkpostfiche van uitzendkrachten,...). Bij de aanstelling of vervanging van de preventieadviseur is het akkoord van het comité vereist. Verder moet comité inzage krijgen in alle verslagen, documenten en adviezen die te maken hebben met het welzijns- en intern milileubeleid.
Een externe dienst PBW wordt wettelijk erkend en bestaat steeds uit twee afdelingen: de afdeling risicobeheer en de afdeling medisch toezicht. De werkgever moet een beroep doen op een externe dienst indien hij de vereiste deskundigheid niet of onvoldoende in huis heeft. Als de interne dienst niet beschikt over een departement voor medisch toezicht, moet er een externe dienst worden ingeschakeld. Dit geldt niet voor de taken m.b.t. de eerste hulp.
De interne dienst PBW moet de werkgever, de hiërarchische lijn en de werknemers bijstaan bij het invullen van het preventiebeleid. Elke onderneming moet beschikken over een interne dienst PBW. In ondernemingen met minder dan 20 werknemers mag de werkgever deze taak op zich nemen. Aan het hoofd van de IDPBW staat de preventieadviseur. De interne dienst staat onder meer in voor het onderzoeken van ongevallen en incidenten, onderzoeken van de psychosociale factoren, uitvoeren van risicoanalyses,...
Een welzijnsbeleid kan maar slagen als iedereen zijn steentje bijdraagt. Ook de werknemer heeft een aantal verantwoordelijkheden. De algemene plichten:
Je hebt ook een aantal rechten:
|